• Het Oude Raadhuis, cultureel erfgoed van Haarlemmermeer.

    Archief

HAP wil referendum over cultureel erfgoed Haarlemmermeer

HOOFDDORP Lokale partij HAP wil dat inwoners zich kunnen uitspreken over behoud van het cultureel erfgoed in Haarlemmermeer. Daartoe zou een lokaal referendum moeten worden gehouden. Dat zei HAP-fractievoorzitter Johan Rip onlangs tijdens een interview bij Meerradio.

Rip werd geïnterviewd naar aanleiding van de plannen van de gemeente om de molenaarswoning naar korenmolen De Eersteling te verkopen. De fracties van HAP en CDA zijn daar fel op tegen en hebben het college inmiddels tot twee keer toe schriftelijke vragen over gesteld. Beide partijen menen dat de korenmolen en het naastgelegen molenaarshuisje onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

VERKOCHT Volgens raadslid Rip wordt het langzamerhand tijd dat inwoners van de gemeente zich mogen uitlaten welk cultureel erfgoed er mag worden verkocht en wat niet. Dat zou kunnen door een referendum te houden. Overigens is een referendum nog niet mogelijk in Haarlemmermeer. Een meerderheid van de gemeenteraad heeft zich geruime tijd geleden voor een lokaal referendum uitgesproken, maar een uitgewerkt voorstel laat sindsdien erg lang op zich wachten.

De mogelijke verkoop van het molenaarshuisje mag dan de aanleiding zijn voor zijn pleidooi voor een referendum, maar volgens Johan Rip is de discussie veel breder. “Enkele jaren geleden hadden we een flinke discussie over de verkoop van het Oude Raadhuis. Die is uiteindelijk niet doorgegaan, omdat de gemeenteraad dwars lag. Zo zijn er meer objecten te bedenken waarvan je kunt zeggen dat je die niet moet verkopen.”

NAGESLACHT De fractievoorzitter van de HAP is zelf van mening dat de volledige oostwestlijn van Haarlemmermeer, zeg maar de Hoofdvaart en directe omgeving, behouden zou moeten blijven voor het nageslacht. “Ik vind dat we die lijn moeten vasthouden als cultureel erfgoed. Dat geldt natuurlijk ook voor de Geniedijk. Misschien is dit wel een mooi moment om inwoners mee te laten participeren over wat er wel en niet de moeite waard is.”