• De eerste Boeing 787-10 Dreamliner, het nieuwste vliegtuigtype van de KLM draagt grote 100 jaar-titels om het eeuwfeest te benadrukken.

    Boeing
  • Uitstappen na aankomst van de eerste KLM-vlucht op Schiphol in 1920. Links: Albert Plesman.

    Schiphol

Een eeuw luchtvaartpionier KLM staat aan vooravond van 100-jarig bestaan

SCHIPHOL De KLM bestaat op 7 oktober 100 jaar. Het is de eerste luchtvaartmaatschappij ter wereld die een eeuw bestaat en nog onder de oorspronkelijke naam opereert. Het bedrijf trad vaak op de voorgrond als pionier en haar succes maakte de KLM eigenlijk te groot voor het kleine Nederland.

René de Leeuw

Reizen door de lucht kwam voorzichtig op gang in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. De vliegtuigtechniek had in de de oorlog grote stappen voorwaarts gemaakt, waardoor het mogelijk werd bruikbare verkeersvliegtuigen te bouwen. De mogelijkheden daarvan werden ook in Nederland gezien. Op 7 oktober 1919 werd in Den Haag de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën opgericht, oftewel kortweg KLM, die onder de visionaire leiding van de jonge Albert Plesman de vleugels uitsloeg.

MODDERIG De KLM maakte de eerste vlucht op 17 mei 1920 van Londen naar het modderige vliegveldje Schiphol, met een in Engeland gehuurde De Havilland DH.16 tweedekker en aan boord een piloot, twee passagiers, een pakket kranten en een brief van de burgemeester van Londen aan zijn Amsterdamse collega. De DH.16 had een kleine passagierscabine, maar in het eigenlijke eerste KLM-werkpaard, de DH.9, zaten de passagiers in de open lucht. Zij droegen daarom een warme jas, een sjaal en een stofbril.. Vliegen verliep primitief. Radiocommunicatie was er nog niet. Weergegevens lazen de vliegers onderweg vanuit de lucht af op grote schoolborden die hier en daar langs de route stonden. Als het boven Het Kanaal regende of te hard waaide, keerde het vliegtuig terug. Vluchten eindigden vanwege motorstoringen regelmatig in een onvoorziene landing, meestal in weilanden, waarna de passagiers meer dan eens per trein hun bestemming bereikten. 's Winters vliegen was er in 1920 nog niet bij. Op 31 oktober staakte de KLM het vliegbedrijf na 345 passagiers, 3000 kilo post en 22.000 kilo vracht te hebben vervoerd, bij elkaar nog niet één moderne Jumbo Jet vol.

In april 1921 hervatte de KLM het vliegen met Fokker F.II vliegtuigen, voorzien van een echte cabine voor vier passagiers. Deze waren gebouwd van hout, metaalbuizen en linnen, een constructie waar Fokker veel succes mee had. Tot halverwege de jaren dertig leverde Fokker vliegtuigen waar de KLM haar netwerk mee opbouwde, binnen Europa, maar ook naar het verre Batavia (nu Jakarta) in Nederlands-Indië. Nadat in 1924 en 1927 incidentele vluchten hadden plaatsgevonden, lanceerde de KLM in 1929 een veertiendaagse proefdienst naar Batavia, die toen met 13.740 kilometer de langste luchtlijndienst ter wereld was: 13.740 kilometer. De vliegtuigen waren als alles goed ging twaalf dagen onderweg en maakten onderweg achttien tussenlandingen en 89 vlieguren. Een Boeing 777 doet dat tegenwoordig non-stop in ruim dertien uur. In 1931 werd het een wekelijkse dienst, die geleidelijk verder werd uitgebouwd. Veel publiciteit kreeg de KLM met diverse speciale vluchten in de jaren daarna met vliegtuigen die namen droegen als 'Pelikaan' en 'Uiver'. De 'Snip' maakte in 1934 de eerste transatlantische KLM-vlucht naar de Antillen en Suriname.

OORLOG De oorlog onderbrak de ontwikkeling van de KLM ruw. Zij kon na de meidagen van 1940 niet meer vliegen vanuit Nederland. Alleen het West-Indisch bedrijfsonderdeel bleef in de lucht en in opdracht van de Britse BOAC vloog de KLM tussen Engeland en Lissabon. Na de oorlog krabbelde de KLM, ondanks een totaal verwoest Schiphol, met een ongekende veerkracht overeind. Plesman verzekerde zich in Amerika van ex-militaire Dakota's en Skymasters, en, ook heel belangrijk, landingsrechten in landen over de hele wereld. Daarmee legde hij de basis voor de relatief grote omvang die de KLM ondanks de kleine thuismarkt nog altijd heeft. Die omvang werd bereikt door het aantrekken van passagiers uit andere landen, die met de KLM reisden en op Schiphol overstapten.

Na propellervliegtuigen kwamen begin jaren zestig de straalvliegtuigen als Douglas DC-8 en DC-9, en begin jaren zeventig de 'widebodies' Boeing 747 en DC-10. Grote vliegtuigen leidden echter ook tot grote ongelukken, waaronder een botsing tussen 747's van KLM en Pan Am op Tenerife in 1977, wat met 583 slachtoffers nog altijd het grootste ongeluk is uit de luchtvaartgeschiedenis.

CONCURRENTIE Met de groei van de luchtvaart werd de concurrentie steeds heviger. De KLM belandde in een positie van te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet. In Europa ontstonden drie grote luchtvaartmaatschappijen: British Airways, Lufthansa en Air France. Dan kwam de KLM en dan een reeks kleinere maatschappijen. Het idee leefde dat op termijn drie of vier maatschappijen de Europese markt zouden verdelen. De KLM wilde daar één van zijn, maar kon dat niet alleen. Vele mogelijkheden zijn afgetast en een poging dit te doen met Alitalia strandde al snel. Uiteindelijk ging KLM in 2004 samen met Air France.

De KLM verrichtte in honderd jaar veel pionierswerk en geldt nog steeds als een vernieuwer. Ook nu is er nog genoeg pionierswerk te doen, vooral op milieugebied. In het kader van het jubileum geeft de KLM duurzaamheid veel aandacht. De KLM behoorde al tot de eersten die met biokerosine aan de slag ging en investeert nu in een fabriek hiervoor in Nederland. De KLM bouwt zelf geen vliegtuigen, maar stimuleert wel de kennisontwikkeling om te komen tot schonere en stillere vliegtuigen. Verder is het best bijzonder dat een luchtvaartmaatschappij adviseert zo mogelijk met de trein te reizen en alleen te vliegen als dat echt nodig is.