• Google Maps

Hoofdvaart College reageert op kwestie rond vermeende belediging Mohammed

HOOFDDORP Het College van Bestuur van de Dunamare Onderwijsgroep, waar het Hoofdvaart College onder valt, heeft gereageerd op de ophef die is ontstaan rond de vermeende belediging van de profeet Mohammed door een techniekinstructeur. 

Vorige week werd bekend dat een techniekinstructeur van het Hoofdvaart College al een paar weken thuis zat, omdat hij de profeet Mohammed zou hebben beledigd. De instructeur zelf ontkende dit gedaan te hebben, maar de kwestie zorgde voor veel ophef. Er werden zelfs Kamervragen over gesteld. 

TIME-OUT Het bestuur van de onderwijsgroep waar de school onder valt, heeft nu een reactie gegeven op de kwestie. Volgens het bestuur is wel degelijk sprake van een time-out en geen schorsing, zoals wordt beweerd. Wel is duidelijk dat de relatie tussen de school en de instructeur niet erg warm meer is.

'Tussen medewerker en schoolleiding zal op korte termijn een mediationtraject starten met een onafhankelijke en onpartijdige mediator om vast te stellen wat het best mogelijke vervolg kan zijn voor zowel de medewerker als de school', aldus de reactie op de website van de school. 'Het is onjuist dat de medewerker een sanctie zou zijn opgelegd, zoals door sommige media wordt beweerd. Wel is hij tijdelijk vrijgesteld van zijn werkzaamheden op de school.'

AANLEIDING Dat de instructeur ondanks dit voorgestelde traject besloot De Telegraaf bij de zaak te betrekken, zit het bestuur dan ook niet lekker. 'Wij betreuren het zeer dat de betrokken medewerker aanleiding heeft gezien om, ondanks het geschetste traject, actief de publiciteit te zoeken, en met name de wijze waarop dit is gebeurd.' Volgens het bestuur heeft de instructeur vroegtijdig een belangenbehartiger bij de gesprekken betrokken, die later een journalist van het dagblad bleek te zijn. 'Deze journalist heeft de kwestie daarna in de openbaarheid gebracht. Mede als gevolg van deze werkwijze heeft de zaak een politieke lading gekregen die niet past bij de feitelijke situatie.'

Hoewel het bestuur aangeeft dat het beeld dat is ontstaan van een school die zijn medewerkers niet steunt onjuist is, kan om redenen van privacy verder niet ingegaan worden op wat er volgens de school dan wel precies gebeurd is. 'Wel willen wij kwijt dat in deze zaak een rol speelt dat leerlingen zich op school binnen een veilige en vertrouwde omgeving moeten kunnen ontwikkelen, waarbij van medewerkers een professionele houding wordt gevraagd.'

Ondanks alle onrust heeft het bestuur nog altijd de hoop dat de zaak in goed overleg opgelost kan worden. 'Tot slot merken wij op dat wij er nog altijd vertrouwen in hebben dat het geschetste traject zal resulteren in een passende oplossing voor zowel de betrokken medewerker als voor de school.'