• Trudy Witteman

Kameraadschap op de Weissensee

VIJFHUIZEN Samen uit, samen thuis. Met die intentie begon Vijfhuizen Schaatst aan de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Er waren de nodige uitvallers door ziekte, maar wie op de been bleef haalde de eindstreep. Missie geslaagd.

Onderweg naar Oostenrijk met twee chauffeurs, vier verzorgers en 22 schaatsers wordt in de bus het strijdplan nog maar eens doorgenomen. Hetzelfde geluid als tijdens de 100-km lange trainingstocht op het kunstijs in Biddinghuizen klinkt. 'Wie dit haalt, haalt ook de 200 op de Weissensee. Daar gaan wij voor zorgen'.

Het is een prachtige belofte die Antoine, Corjan, Jacques, Jorrit, Paul en Peter doen. Ervaren schaatsers met de nodige Alternatieve Elfstedentochten op de Weissensee in de schaatsbenen. Het klinkt als muziek in de oren van Dennis, Hanneke en René. Aangezien laatstgenoemde zich mag beroepen op de titel 'ambachtelijke bakker van Vijfhuizen' wordt het drietal door de rest van de groep liefdevol 'krentenbollen' genoemd. Als het om langeafstandschaatsen gaat komt het trio pas kijken, maar o wat lonkt dat Elfstedenkruisje.

"Bikkels zijn het", zegt Peter Blom met ontzag in zijn stem als de schaatsers en begeleiders zondag met alle egars in Vijfhuizen ontvangen worden. "We wilden de monsterschaatstocht binnen de elf uur afleggen. Na 100 km lagen we op een schema van 10 uur. Dat gaf een geweldige boost. Na elke 25 km vijf minuten pauze bij ons eigen koek-en-zopie-tentje om wat te eten en te drinken. De verzorging is fantastisch. Vergelijkbaar met de Vijfhuizense IJsselmeerronde en de Kennedymars. Voor onze eerste Elfstedentocht, 15 jaar geleden, had Nico van Opzeeland een koek en zopie gemaakt. Een idee dat inmiddels door veel schaatsgroepen is overgenomen."

Het mooie schema geeft ook de bakker vleugels. 'Al moet ik kruipen, ik zal het redden' zegt hij tegen zichzelf met een mueslikoek van eigen fabrikaat in de hand. Maar ze zijn pas op de helft, het zwaarste moet nog komen. "Na 125 km zat ik helemaal stuk", weet 'krentenbol' René.

"Rug, benen, alles deed pijn. Vorig jaar deed ik voor de eerste keer mee en moest ik na 100 km afhaken. Nu was ik al verder gekomen, maar wat was ik kapot. Dankzij die sterke gasten hebben we ons Elfstedenkruisje kunnen ophalen. Ze hebben ons uit de wind gehouden en voelden goed aan wanneer ze gas moesten terugnemen zodat wij even op adem konden komen. Sneu voor Jacques dat hij na 150 km ziek van het ijs moest."

Deed René vorig jaar 8 uur en 20 minuten over de 100 km, dit jaar liet hij 10 uur en 49 minuten voor zich afdrukken. Hij heeft de smaak te pakken gekregen. Volgend jaar wil hij weer mee én zowel hij als Dennis overwegen lid te worden van Vereniging de Friesche Elfsteden om als het er ooit van komt, de échte Tocht der Tochten te rijden.

Vanwege het slechte weer en liefst 12 zieken ging de groep zaterdag al op huis aan. Half drie 's nachts was de bus terug. Vijfhuizen sliep. Op vier mensen na. Ze stonden klaar met koffie en met een luisterend oor voor alle prachtige verhalen over blarenbal met eigen statafel, afzien en kameraadschap.